In het webinar “Leven we allemaal in onze eigen bubbel?”, georganiseerd door het Hannah Arendt Instituut, onderzoekt professor Ike Picone (VUB) de vraag of sociale media ons wereldbeeld beperken en bijdragen aan polarisatie. Zijn analyse nodigt ons uit om voorbij de gangbare morele paniek te kijken en kritisch stil te staan bij de werkelijke dynamieken achter filterbubbels en complottheorieën.
De angst voor filterbubbels en morele paniek
Picone benadrukt dat we als samenleving vaak schrik ontwikkelen bij nieuwe technologieën, zoals sociale media. We schrijven die media een overdreven grote macht toe, terwijl we de rol en het vermogen van de burger onderschatten. Dit leidt tot een beeld van een passief publiek dat volledig overgeleverd zou zijn aan desinformatie en polarisering. Hij vergelijkt deze angst met vroegere discussies over gewelddadige games, waarbij onderzoek aantoonde dat er geen direct verband was tussen het spelen van zulke games en gewelddadig gedrag in het echte leven.
Bestaan filterbubbels dan niet?
Er is zeker sprake van bepaalde filterbubbels op sociale media. Zo toont onderzoek naar de Amerikaanse verkiezingen in 2016 aan dat pro-Trump- en pro-Hillary-aanhangers op Twitter nauwelijks met elkaar in contact kwamen. Toch nuanceert Picone dit beeld: sociale media zijn zelden de enige bron van informatie. Mensen combineren meestal verschillende kanalen – wat onderzoekers een mediarepertoire noemen – en die variatie biedt bescherming tegen het opgesloten raken in één enkele denkwereld.
Vooral wie sociale media combineert met andere informatiebronnen (kranten, radio, tv) blijkt minder vatbaar voor eenzijdige visies. Het gevaar van filterbubbels is dan ook sterker aanwezig bij wie slechts een beperkt mediarepertoire heeft.
De rol van algoritmes en platforms
Picone wijst erop dat algoritmes, zoals die op YouTube, het risico op filterbubbels kunnen versterken. Dankzij geavanceerde AI-technieken, zoals deep neural networks, wordt ons steeds meer content aangeboden die aansluit bij onze bestaande voorkeuren. Zo kan iemand die een video van een vaccinontkenner bekijkt, via het algoritme ook andere vergelijkbare video’s voorgeschoteld krijgen, waardoor hij of zij steeds dieper in een eenzijdige informatiestroom terechtkomt.
Hoewel dit bij een klein publiek begint, kunnen zulke ideeën na verloop van tijd ook doordringen in de mainstream media en het bredere publieke debat beïnvloeden.
Sociaal-economische ongelijkheid en vatbaarheid voor complottheorieën
Een cruciale factor in dit verhaal is volgens Picone de sociale ongelijkheid. Onderzoek naar nieuwsrepertoires in Vlaanderen toont dat mensen met een hoger inkomen en opleidingsniveau doorgaans een breed mediarepertoire hebben, terwijl mensen met een lager inkomen en opleidingsniveau vaker een beperkt repertoire hebben. Dat beperkt repertoire vergroot de kans op blootstelling aan eenzijdige of complottheoretische content, zonder dat andere perspectieven worden meegewogen.
Dit maakt duidelijk dat het probleem van filterbubbels en complotten niet enkel technologisch is, maar ook diep sociaal verankerd.
Oplossingen: mediawijsheid en empathisch onderzoek
Picone pleit voor een dubbele strategie: enerzijds mensen mediawijs maken zodat ze beter kunnen navigeren in het online medialandschap, anderzijds meer empathie en affiniteit tonen met groepen die vatbaar zijn voor complottheorieën. Hij benadrukt dat we als samenleving en als onderzoekers moeten begrijpen waarom sommige mensen geen vertrouwen hebben in traditionele media en waarom ze zich aangetrokken voelen tot alternatieve verklaringen.
Slotgedachte
De oproep van Picone is helder: we moeten voorbij de angst en de simplistische verklaringen kijken. De dynamiek van filterbubbels en complottheorieën is complex en vraagt om een genuanceerde en sociale benadering. Alleen zo kunnen we een samenleving bouwen waarin mensen toegang hebben tot diverse perspectieven en waar vertrouwen in informatiebronnen hersteld kan worden.





Leave a Reply